Lanterfanten Kaartspel voor 4, 3 of 2 spelers. Benodigdheden: 10 tienen, 9 negens, 8 achten, 7 zevens, 6 zessen, 5 vijven, 4 vieren, 3 drieen, 2 tweeen, 2 azen, 12 jokers. Totaal: 56 gewone kaarten en 12 jokers. Begrippen: gewone kaarten: Alle kaarten behalve de jokers. nummer van een kaart: Wat er op staat, bijvoorbeeld 10 of 9 etc. het nummer van een aas is 1. hand of toegestande hand: Een stel kaarten met hetzelfde nummer, eventueel met gebruik van jokers. vrije hand: Een stel kaarten met hetzelfde nummer, zonder gebruik van jokers. Dit hoeven niet alle kaarten te zijn van dat nummer in jouw bezit! Als je 4 zevens hebt, kun je daarmee vrije handen van 4, 3, 2, of 1 zeven maken. ------ VOORBEREIDING Voor elk spel schudt iemand de gewone kaarten en deelt ze uit. Deel in pakketjes van 1, 2 of 3 kaarten. Met vier spelers krijgt ieder 14 gewone kaarten. Met 3 spelers krijgt ieder 16 kaarten en blijven er 8 kaarten buiten het spel. Met 2 spelers worden de tienen en de negens uit het spel gehaald en krijgen beide spelers 15 kaarten (er blijven dan 7 kaarten buiten het spel). Elke speler krijgt buiten de gewone kaarten nog 3 jokers. Dit is het begin van een lanterfant spel. ------ DOEL VAN HET SPEL Het spel bestaat uit afdalingen. Er worden afdalingen gespeeld totdat nog maar een persoon kaarten in handen heeft. Daarna kan een volgend spel gespeeld worden. Het doel van een spel is zo snel mogelijk alle kaarten (jokers en gewone kaarten) kwijt te raken. De eerste speler die de kaarten kwijt is krijgt 8 punten. De tweede krijgt 6 punten, de derde 3 punten, de laatste krijgt 1 punt. Met drie spelers zijn de puntenaantallen 6 (voor de eerste), 3, en 1, met twee spelers zijn de puntenaantallen 6 en 3. Het gebruik van jokers (hetgeen uiteindelijk verplicht is als je alle kaarten wil kwijtraken) kost 1 punt per joker, BEHALVE als de joker wordt gebruikt als de hoogste kaart in het spel (dus 10 in geval van drie of vier spelers). ------ SPEL Degene die na de deler zit mag het spel en de eerste afdaling beginnen. Dit gebeurd door een hand te gooien. Een hand bestaat ALTIJD uit een aantal kaarten met hetzelfde nummer: bijvoorbeeld 3 tienen, of 4 achten, of 1 tien, of 4 vieren, of 2 azen, of 1 aas, et cetera. Vervolgens moet de navolgende speler een hand opgooien. Dat kan maar op 2 manieren: A) er wordt HETZELFDE AANTAL, maar van een LAGER NUMMER gegooid. B) er wordt EEN GROTER AANTAL, van HETZELFDE NUMMER gegooid. Voorbeelden: Op 1 tien mag worden gegooid: 2 tienen, of 3 tienen, of nog meer tienen 1 negen 1 acht .. et cetera, tot 1 aas Op 3 negens mag worden gegooid: 4 negens, of 5 negens, of nog meer negens 3 achten 3 zevens .. et cetera, tot 3 azen Als je meer mogelijkheden hebt mag je zelf kiezen. In PASSEN verderop staat beschreven wanneer je verplicht bent te spelen. ------ JOKERS In het voorbeeld hierboven werd vermeld dat het mogelijk is 3 azen op te gooien door 1 of meer jokers in te zetten. Jokers mogen op elk moment worden ingezet (en zijn daarna niet meer inzetbaar in het spel), als ze maar resulteren in een toegestane hand. In theorie kun je dus 13 tienen gooien (als je 10 tienen en 3 jokers hebt), 12 negens, 5 azen, et cetera. Het gebruik van een joker KOST EEN PUNT, tenzij de joker wordt gebruikt als de hoogste kaart in het spel. ------ PASSEN Een vrije hand is een hand die je mag opgooien [A of B eerder vermeld], maar die bovendien alleen bestaat uit gewone kaarten (geen jokers). Een toegestane hand is elke hand die je mag opgooien (eventueel met jokers). Als je geen toegestane hand hebt moet je (noodgedwongen) passen. Als je een vrije hand hebt van lager nummer (dus zonder jokers te gebruiken) moet je spelen. Als je alleen maar een vrije hand hebt van hetzelfde nummer maar groter aantal mag je zowel passen als spelen. Als je moet spelen omdat je een vrije hand van lager nummer hebt hoef je niet perse zo'n vrije hand te spelen. Het kan ook een andere zijn waarbij bijvoorbeeld jokers worden gebruikt of een hand van hetzelfde nummer maar groter aantal. Dit kan handig zijn als je bijvoorbeeld een vrije hand van 3 zevens hebt, maar die niet wil gebruiken omdat je nog meer zevens hebt. Voorbeeld: De laatste hand is 3 negens. Je hebt 4 achten in je hand en ook 1 zeven en 2 tweeen en nog 2 jokers. Je mag nu niet passen aangezien je een vrije hand van lager nummer. Je kunt kiezen: 3 achten opgooien (wat jammer is omdat je dan nog 1 acht overhoudt) of 1 zeven met 2 jokers of 2 tweeen met 1 joker. ------ AFDALEN Er wordt afgedaald totdat iedereen past. Degene die het laatst kaarten gooide mag nu de volgende afdaling beginnen. Een afdaling kan de spelers meerdere keren passeren. Een speler mag tijdens een afdaling passen (volgens de regels) en later toch weer meespelen (noodzakelijkerwijs zal die speler dan jokers moeten gebruiken: als ze dat niet hoeft had ze niet mogen passen). ------ OVERIG Niemand hoeft kaarten te tellen. Hoeveel jokers iemand heeft is publieke informatie en mag altijd gevraagd worden. Nog beter: De kaarten worden tijdens een afdaling in groepjes van hetzelfde nummer gehouden, zodat voor iedereeen zichtbaar is wat er al gegooid is. Er valt nog genoeg te onthouden, bijvoorbeeld wie welke kaarten gooide.